Visie Relationele Vorming


Als het op samenleven aankomt is een basisschool een bijzondere plek.
Niet alleen bestaat de populatie er voor het grootste deel uit kinderen, de weinige
volwassenen die er zijn hebben een duidelijke maatschappelijke opdracht: onderwijs verschaffen.

In die zin kunnen we de school omschrijven als een leergemeenschap.
Toch is ze veel meer dan dat. Ze is ook een leefgemeenschap.
Leven en leren zijn binnen de school zelfs onlosmakelijk met elkaar verbonden.
De kwaliteit van het samenleven binnen de klas- en schoolmuren is namelijk
bepalend voor de kwaliteit van het leren.

Relationeel welbevinden mag zelfs gezien worden als een voorwaarde om tot volwaardig leren te komen. Dit impliceert dat leerkrachten die zich engageren voor het leren op school dit tegelijk doen voor het leven aldaar.

Net zoals in het gewone dagelijkse leven thuis en in de samenleving loopt het samenleven op school niet altijd van een leien dakje. De ene keer verloopt het harmonieus, een andere keer zijn er wel eens strubbelingen.

Dat is inherent verbonden aan het samenleven van zoveel verschillende mensen.
In dat dagelijkse, menselijke verkeer handelen mensen soms bewust,
maar ook vaak onbewust. Denk maar aan de spontane lichaamstaal, de invloed van de persoonlijke stemming op het handelen,het eigen gedragspatroon, de taal die mensen gebruiken, enzovoort.

Dat spontane en onbewuste is belangrijk. Het geeft mensen de mogelijkheid om vanuit hun persoonlijkheid op een authentieke manier kleur te geven aan relaties en samenlevingsvormen.

Kinderen zijn geen eilandbewoners, maar groeien op in een brede verbondenheid
met zichzelf, de anderen, de wereld, met de schepping en met God. Die relationele
samenhang dienen scholen aan te grijpen bij de uittekening van de relationele
vorming.

Een van de uitgangspunten van het opvoedingsconcept van de katholieke basisschool is dat de mens de andere nodig heeft om mens te worden. Die verbondenheid is tegelijk geschenk en opgave. Het is een geschenk omdat verbondenheid vele mogelijkheden biedt aan het individu om zich te ontwikkelen. Het is een opgave omdat iedereen mee verantwoordelijk is voor het tot stand komen ervan.

Binnen relationele vorming moet de zorg voor een leefbare gemeenschap hand in
hand gaan met de zorg voor het individu. Relationeel vaardige en gelukkige
mensen zijn namelijk een voorwaarde om tot een gemeenschap te kunnen komen
waarin het goed is om te leven.

Het is dan ook belangrijk dat de school voldoende kansen biedt aan elk kind om zichzelf te ontdekken, zichzelf te leren kennen en zichzelf te kunnen ontwikkelen. Een kind moet de groep kunnen ervaren als een veilige haven, een vangnet waarin het wordt opgevangen wanneer dat nodig is.

Soms, bijvoorbeeld bij pesterijen, kan de groep ook een bedreiging zijn waarin het
individu ten onder gaat. Is dit het geval, dan moet er kordaat worden ingegrepen
op het niveau van de groep.

Door een goed beleid te voeren rond relationele vorming kunnen scholen
bijdragen aan de ontwikkeling van de relationele competentie van kinderen.
Dat houdt in dat scholen zich verdiepen in de inhoud van relationele vorming en dat ze de vele kansen die zich in het schoolleven van elke dag aandienen dankbaar aangrijpen om de doelen van relationele vorming te realiseren.

Concreet krijgt deze visie gestalte via ons IDO- figuurtje,organiseren wij een actief peter- meterschap voor nieuwe kinderen, richten wij onze dagelijks klaspraktijk op domeinen zoals waarden en normen, zelfvertrouwen...